Zienn - opvang en ondersteuning 0900 118 88 81

Na veertig jaar kwam een belletje: Manus leeft nog

Veertig jaar kwam er geen enkel teken van leven van Manus. Broer Bep had nauwelijks nog hoop dat hij leefde. Tot dat ene facebookbericht verscheen waarin stond dat Manus familie zocht. Nu zijn de broers weer herenigd. ,,Toen ik hem aan de telefoon had geloofde ik het pas echt.”

Manus (80) glimt van oor tot oor in zijn appartement in zorgopvang De Marene. Het is de tweede keer dat zijn jongste broer Bep (72) en diens vrouw Wil hem met een bezoek vereren. In november 2016 was de eerste ontmoeting, kort na het bericht dat Manus bleek te leven én in Leeuwarden woonde. Bep: ,,Ik zag hem zitten en dacht: hij is na veertig jaar niets veranderd.”

Manus hoort bij de harde kern van Zienn. Met hier en daar een uitstap naar een ander plekje, woont hij zo’n 35 jaar bij de maatschappelijke opvang. Eerst op de voormalige Terp, daarna op de Marene. Al die tijd wist de familie niets van zijn verblijf in de Friese hoofdstad. Wil: ,,Zijn oudste zus heeft wel eens navraag gedaan bij het gemeentehuis, maar daar mogen ze niet zomaar informatie over derden verstrekken. Niemand wist ooit waar hij was. Wij zaten ons al die tijd af te vragen of hij nog leefde of dood was. Als je bijna veertig jaar niets hoort, ga je dat toch denken.” Bep: ,, En dan krijg je na al die tijd een belletje met het bericht dat Manus in Leeuwarden zit. Ik heb diezelfde avond nog naar de zorgopvang gebeld. Kreeg ik de portier. Zo’n man mag natuurlijk niets zeggen. Gelukkig kon hij wel bevestigen dat Manus er woonde.”

Oproep op Facebook

Het balletje is gaan rollen door een begeleider van Manus die hem wel eens hoorde praten over familie in Apeldoorn die een slagerij runden. Wil: ,,De begeleider heeft een oproepje op Facebook gezet. De achternaam Wijngaarden stond in het bericht. Het is Wijnbergen, maar via via is een familielid het toch onder ogen gekomen en die belde Bep.” Bep: ,,Ik geloofde het pas toen ik Manus zelf aan de lijn had. Zijn stem was ook nog hetzelfde.” Manus: ,,Ik heb die nacht geen oog dicht gedaan.”

,,Je hebt heel wat in te halen”, reageert Bep op de hereniging met zijn oudste broer. Hoe en wanneer Manus precies uit beeld is geraakt, weten ze niet meer. Wil: ,,Manus was een flierefluiter, was wel eens vaker een week weg.” Die week werd zomaar veertig jaar. Bep: ,,Na zo’n twintig, dertig jaar ga je eraan wennen.” Wil: ,,Wat moet je anders?”

De gelijkenissen tussen Manus en Bep zijn treffend: dezelfde trekken om de mond en ietwat toegeknepen ogen die een speelse ondeugendheid uitstralen. Het voelt voor de broers wat onwennig elkaar weer te zien na al die jaren, maar het duurt niet lang voordat het oude jongens krentenbrood is. In Utrechts accent passeren allerlei namen van vroeger de revue. ‘De dikke deur’, een politieagent waar de jonge Manus en zijn broertje het vroeger wel eens mee aan de stok hadden. En ‘Kip van Zanten’, een duivenmelker. Bep: ,,Ken je die nog? Ook al jaren dood.” Manus knikt bevestigend.

Zeven kinderen

Zeven kinderen telde de Utrechtse familie. Nog drie zijn er van over. Zus Annie (73) – die lijdt aan dementie – en Manus en Bep. In de het Utrechtse Oudewater groeide Manus met zijn zes broers en zussen op. In een klein huisje met twee slaapkamers, het toilet nog buiten. Er wonen nog steeds bekenden van vroeger in de buurt waar ze opgroeiden. Bep: ,,Vorige week vroeg De Nes nog naar je.” Manus: ,,Oh, die kromme.” Bep kan wat weemoedig worden als hij aan vroeger denkt. Veel warme herinneringen komen boven. Over hun vader, kolenboer van beroep: ,,Als we kolen moesten halen van mijn vader, moesten we de buren ook geven.” En dan hun moeder, een lieve vrouw maar oh wee als ze boos was. Bep: ,,Die kon knijpen.” Manus: ,,Zo, echt gemeen knijpen.”

Als het gesprek op voetbal komt, worden de broers enthousiast. Het is een passie van hun beide, al plaatst Manus gelijk een voetnoot: ,,Mijn broertje was beter dan ik in voetballen.” Achter op de solex bracht vader hun zoons naar de training. Manus heeft zelf nog lang in het voetbal gezeten, verklapt een foto aan zijn muur. Hij heeft de voetbalploeg van de Friese veteranen gecoacht. ,,Ik heb het als enige langer dan een jaar volgehouden”, reageert hij lachend.

Manus’ glimlach is niet van zijn gezicht te krijgen. Hij is maar wat blij dat Bep en Wil op bezoek zijn. Samen met hen stiefelt hij – achter zijn rollator – naar het terras aan het water, voor de foto’s. Zo van achter, arm in arm, is bijna niet te onderscheiden wie wie is. Tijdens het loopjes laat Manus slaat zijn broer op de schouder: ,,Kom nog eens langs, ouwe.”

Terug naar het ervaringenoverzicht